Rood-wit
Merahputih, rood-wit, de kleur van de Indonesische vlag, is de titel van een groots opgezette serie van drie Indonesische films, over de onafhankelijkheidsoorlog. Ik heb deel 1 gezien. Dat zag er professioneel uit, met spannende actiescènes, en vette filmmuziek.
De film gaat over rekruten voor het republikeinse leger die getraind worden om tegen de Nederlanders te vechten. Ze hebben verschillende religieuze en regionale achtergronden. Net wanneer ze hun opleiding afsluiten, worden ze aangevallen, en de meesten van hen worden gedood. Vier overgebleven rekruten moeten hun onderlinge wantrouwen overwinnen, om samen de opmars van de Nederlanders te stoppen.

De film is geproduceerd door Hashim Djojohadikusumo, oom van politicus Prabowo Subianto. De miljoenen Euro's die de films gekost hebben, zijn door de familie opgehoest. Dat deden ze om twee broers van Hashim, die sneuvelden in de oorlog, te eren, maar ook omdat de films in hun politieke agenda passen. De films zijn zeer nationalistisch. Ze benadrukken hoe de hoofdpersonen van verschillende religies, en van verschillende eilanden, hun verschillen overwinnen, voor de grote gemeenschappelijke zaak van de strijd voor Indonesië. Dat sluit naadloos aan bij de visie van de partij Garindra, waar Prabowo partijleider van is.
Om de hoofdpersonen, en alle Indonesiërs, te verenigen, is ook een vijand nodig. Dat zijn de Nederlanders. In de film zijn het naamloze witte monsters, die wreedaardig moorden en vernielen. Verschrikkelijk en walgelijk zijn ze. Heel effectief.
Het zat me niet helemaal lekker bij het kijken. Ik begreep wel waarom het zo gedaan was. Er was een afgrijselijke vijand nodig. Subtiel was het niet. Nee, maar de film wilde niet subtiel zijn. Toch voelde ik me vaag beledigd, gekwetst. Ook al werden de Nederlanders door voornamelijk Australische acteurs gespeeld, die een onbegrijpelijk koeterwaals uitbraakten, dat voor Nederlands door moest gaan.
Toen ik gisteren de film zag, had ik nog geen flauw idee dat ik vandaag de regisseur zou ontmoeten. Wilanda, dochter van Poncke, regelde het via een vriend. Ik kon het niet nalaten, na mijn bewondering uitgesproken te hebben voor de film, om te klagen over die Nederlandse monsters. Yadi Sugandi moest hard lachen. 'Sorry, sorry', riep hij. Hij begreep het gevoel wel. Aziaten zijn al zo vaak in films neergezet als monsters of cliché-idioten. Het is nu eenmaal zo, het werkt, toch is het altijd kwetsend.
Yadi was eigenlijk de cameraman van de film. Maar na een paar dagen draaien, werd de ingevlogen Amerikaanse regisseur door de producent ontslagen, wegens creatieve meningsverschillen. Yadi wilde helemaal niet, maar kon er niet onderuit, om de verantwoordelijkheid te nemen voor de grootste duurste film uit de Indonesische geschiedenis. En nu nog steeds, zegt hij, gaat hij liever weer aan het werk als cameraman.
Yadi Sugandi was zeer geïnteresseerd in het verhaal over Poncke Princen. Hij zag mogelijkheden om het te verfilmen. Ik vertelde over de trip naar Sukabumi, over hoe moeilijk het gebied waar Poncke guerilla had gevoerd, te bereiken was. Yadi noemde alternatieve lokaties, zoals natuurgebieden, waar wel goede wegen zijn, en waar je met een paar opgebouwde houten huizen een kampong uit de jaren veertig zou kunnen suggereren.
Hij beloofde het treatment voor de film te lezen, om commentaar te geven op de geloofwaardigheid, en op praktische haalbaarheid. Ik heb me voorgenomen hem aan die belofte te houden. Een aantal Nederlanders hier in Indonesië, heeft het filmverhaal inmiddels gelezen. Ze zien het helemaal zitten.
Maar van de Indonesiërs, die ik het te lezen gegeven heb, heb ik nog niks gehoord.
Het kan zijn dat mensen die geen ervaring hebben met filmmaken, het moeilijk vinden om het treatment te lezen. Of dat ze moeite hebben met Engels lezen.
Bij het schrijven heb ik mijn best gedaan om zowel de Nederlandse soldaten, als de Indonesische guerilla's en kampongbewoners, genuanceerd en geloofwaardig te beschrijven, en hun leven en daden niet cliché-matig te dramatiseren. Maar ik wil nu graag eens horen van een Indonesiër, wat die vindt van de Indonesiërs, die ik opvoer.
Yadi's Engels is uitstekend, hij heeft al honderden treatments en scripts in zijn leven gelezen. Zijn commentaar zou nuttig zijn.
Overigens, we hebben straks ook een goede cameraman nodig.

